Rabiës

Rabiës of hondsdolheid is een dodelijke infectieziekte die veroorzaakt wordt door een virus. Vooral het speeksel van een besmet dier is gevaarlijk. Het inschatten van het risico op rabiës en het starten van een eventuele behandeling bij een patiënt kan lastig zijn. De GGD Drenthe kan u hierbij ondersteunen, neem daarom bij een patiënt met een vermoeden op rabiës risico, contact met ons op.

Rabiës

Rabiës komt wereldwijd voor, alleen Nieuw-Zeeland, Antarctica en delen van Oceanië en Japan zijn rabiësvrij. Rabiës komt in verschillende delen van de wereld zowel bij huisdieren als bij in het wild levende dieren voor. Via een beet of krab van een besmettelijk dier of een rabide persoon kan het virus vanuit het speeksel via kleine wondjes of minimale huidlaesies (kloofjes) in onderhuids weefsel of in de spieren terecht komen.

In Nederland komt rabiës endemisch voor in de vorm van het European Bat Lyssa Virus (EBLV) onder de laatvliegers, dat is één van de twintig soorten vleermuizen in Nederland.  De zieke en dode vleermuizen die door mensen gevonden worden zijn juist suspect voor rabiës. Het EBLV is via het besmette speeksel van de vleermuis overdraagbaar via de slijmvliezen en huidverwondingen, waaronder ook minimale huidlaesies, van het slachtoffer.

Wat te doen als een patiënt in het buitenland risico heeft gelopen op rabiës

Patiënten die in het buitenland door een dier worden gebeten of gekrabd moeten zo snel mogelijk contact zoeken met een plaatselijke arts voor de risico inschatting op rabiës en het eventueel starten van behandeling.

Mocht een patiënt na het verblijf in het buitenland met beet of een krab van een dier zich bij u melden, kan het zijn dat een behandeling gestart is in het buitenland afgemaakt moet worden in Nederland.
Ook kan het voorkomen dat een patiënt pas weer terug in Nederland zich bij u als huisarts meldt en u alsnog een risico inschatting wilt maken.

Wat te doen als een patiënt in Nederland contact heeft gehad met een vleermuis

Bij contact met een vleermuis is het van belang exact de toedracht en aard van de verwonding uit te vragen zodat duidelijk wordt of er risico is geweest op de overdracht van rabiës. Gevonden vleermuizen kunnen in Lelystad met spoed worden onderzocht op de aanwezigheid van rabiës, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) (0800-0488) draagt zorg voor het vervoer en het onderzoek van de vleermuis.

Behandeling bij rabiësrisico

Behandeling van rabiës dient zo snel mogelijk na het incident te worden gestart en bestaat uit het schoonmaken van de wond met water en zeep en het ontsmetten met Betadine of alcohol 70%, waarna bij ongevaccineerden wordt gestart met een vaccinatieserie van 5 keer het rabiësvaccin, al dan niet aangevuld met antistoffen tegen rabiës (MARIG). De MARIG is evenals de vaccins, via de GGD te verkrijgen bij het Nederlands Vaccin Instituut (NVI).

Bij een beet van een dier kan ook tetanus of een en ander infectierisico zijn gelopen.

Meer informatie over rabiës vind u in de rabiësrichtlijn op de website van het RIVM en de bijgevoegde Bijlage VII van de LCI richtlijn Rabiës,

Wat doet het team Infectieziekten van de GGD?

Het team infectieziekten is u behulpzaam bij de risico inschatting en het opstarten van de behandeling van rabiës.