PBM en zorgcontinuïteit

Naamloos document

Persoonlijke beschermingsmiddelen
Bij persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) is het belangrijk om ze op de juiste manier te dragen en ook op de juiste manier weer uit te trekken en af te zetten. Als dit niet goed gebeurt kun je jezelf alsnog besmetten. In deze video laten we zien hoe je de PBM in de juiste volgorde uittrekt. 

Wanneer is welk persoonlijk beschermingsmiddel nodig in de zorg? 
Bekijk het stroomschema voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Of lees de veelgestelde vragen op de website van het RIVM

Welk mondneusmasker gebruik je in de zorg?
Er is veel disussie ontstaan over welke mondneusmaskers te gebruiken in de zorg. Het advies van het RIVM en de GGD is als volgt: 

  • Een goed afsluitend chirurgisch mondneusmasker type IIR beschermt de drager (medewerker) en de persoon binnen de 1,5 meter (zorgontvanger). Het virus dringt niet door het masker naar binnen.

  • Het belangrijkste is dat het mondneusmasker goed afsluit 
    Als een FFP1- of FFP2-mondneusmasker beter afsluit, is er geen bezwaar om met dat type masker te werken. Let wel, aan die type mondneusmaskers zitten nadelen in het gebruik ervan, zoals moeilijker ademhalen.  

  • Signaleer welke type mondneusmaskers niet goed afsluiten 
    Bewaar de doos en doe een melding binnen je organisatie, zodat deze niet meer ingezet en ingekocht worden.   

Lees meer in onze nieuwsbrief van 4 februari 2021. 


Instructievideo's

 

Zorgcontinuïteit 
Wat gebeurt er wanneer er sprake is van een risicovolle besmetting in de instelling? Bekijk of download dit stroomschema over wat je als zorginstelling kunt verwachten en welke kaders er zijn voor inzetbaarheid van personeel.


Wanneer ben je wel of niet een nauw contact bij het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen?
Bekijk of download dit stroomschema

Aanvullend advies voor de VG sector 
Voor de VG sector in Drenthe geldt het volgende advies: 

  1. Maak preventief gebruik van PBM voor personeel en bezoek* 
    Het gaat dan om chirurgische neusmondmaskers (minimaal type II) door medewerkers en bezoekers bij patiëntencontact binnen 1,5 meter. Een uitzondering kan worden gemaakt bij patiënten(groepen) met een laag risicoprofiel op ernstige complicaties of overlijden (bijvoorbeeld jongeren).
      
  2. Herbeoordeel dagbesteding  
    Onderzoek mogelijkheden om de risico’s op verspreiding te verminderen, bijvoorbeeld door kleinere groepen samen te stellen. 

  3. Scherp eventueel de bezoek en logeerregeling aan 
    Zie ook handreiking bezoek en sociaal contact

 Meer informatie over de uitvoering van deze adviezen is ook te vinden op vgn.nl  

*Soms kan het gebruik van PBM een angstige of agressieve reactie oproepen bij de cliënt. Als de specifieke situatie daarom vraagt, kunnen zorgmedewerkers volgens de richtlijn van het RIVM op basis van hun professionele oordeel besluiten om af te wijken van de RIVM-uitgangspunten. Het is aan te raden om in goed overleg met collega/ team, gedragskundige en eventueel een arts tot een besluit te komen over het al dan niet gebruik van PBM bij cliënten met gedragsproblemen.